03-02-08

Het regent in Brussel


(aan mijn nog ongeboren dochter*)

Meisje, het regent in Brussel, dat is de wereld
die zich schoonspoelt, het went wel, die spatjes,
dat is muziek. Wat is muziek? Het pompen
van bloed. En bloed is rood als rozen en rozen
zijn mooi als de dag. Je zal van rozen houden,

ze in je hartje dragen, ook al zijn ze
wat ziek, met gele, aangevreten blaadjes,
dat geeft niet, want ook een ziekte kan
mooi zijn. Dat leer je later nog wel. Dat
leer je nog wel te leren. Meisje, ik mis je

nu al. Met mijn lippen op je moeders vlees
beloof ik je plechtig: er zal licht zijn.
Wat is licht? Dat wat je te wachten staat,
de bestorming van je ogen. Blauw en groot
zullen ze zijn, je ogen. Is dat van belang?

Ach nee, maar ze zullen schuldig zijn
als de zee. En ook al zijn ze giftig groen
als de bomen: er zal gemoord worden.
Wat is moord? Laat maar, dat vertel ik
je een andere keer. Het regent, het regent.

De hele wereld is nat en vrolijk glinsterend.
Meisje, mijn lieve meisje, als jij er zal zijn
zullen we de eenden voederen, in de storm
van de avondzon elkaars hand vasthouden.
En de wereld zal mooi zijn. Moet mooi zijn.

* intussen geboren als Athena Leroy (29-01-2008)

1ste Prijs Poëziewedstrijd Oostende 2008

04:41 Gepost door Frédéric Leroy in 6- Gedichten | Permalink | Commentaren (11) |  Facebook |