13-06-07

Terug naar Eden


(Voor A. P.)

Een gifgroene tuin, de mieren, de maden,
een leistenen cirkel en het spietsen van de grond
met afgerukte takken, de van kippenbloed dronken,
daverende bodem en de grote, grijze man
met de bijl.

Ik dank je grote, grijze man: het was
een wonderlijke groene tuin, onze tuin,
een paradijs met bloedfonteinen. Ik doopte
twijgjes in rode plassen.

En hier, waar het gras wat geler is: hier
stookte ik de eerste vuurtjes, verbrandde
droge, krakende bladeren, later alles
wat ik vinden kon. Hier was niets
dat bloemen droeg.

09:58 Gepost door Frédéric Leroy in 6- Gedichten | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.