06-09-05

Zij breekt


voor Efi Leontopoulou

I.

Zij breekt de fetakaas in twee en drijft scabreus de spot
met Belgische tomaten, grof versneden circusneuzen
tussen het komkommerzaad, ach geeft niet, fluistert ze
en slaat een kruis (want goede olie kan mirakels doen).

II.

Zij is mooi als sneeuw en breekt het ijs in januari
als we samen met het nieuwe jaar ineengestrengeld
en woordeloos naar dode bomen turen, fabelachtig
veinst ze dat ze van de winter houdt (en kust me zacht).

III.

Zij breekt me soms in hele kleine stukjes als de maan
vol is en er moordende horden door haar aders jagen
als ik door de badkamerdeur naar haar borsten staar,
ze likken wil, dan laat ze honden los en gooit met tanden.

IV.

Zij breekt naar oeroud ritueel en met een vloek haar ei
hard op het mijne, synthetisch rood en niet langer gedoopt
in bloed van pasgeborenen, vóór ons een versneden karkas
ter meerdere glorie van een pas herrezen lentegod.

V.

Zij breekt de ritmische adem van het grote, blauwe lichaam
dat ze meedraagt in het hart, waar ze zorgen in laat zouten,
ze beseft maar ziet niet dat er vissen in haar leven,
– ik wel, zie ze soms wanneer ik in haar ogen duik.

VI.

Zij breekt vandaag wat morgen, in soepel ochtendlicht
onverwoestbaar lijken zal, weet steeds van de dingen
de wezenlijke kern te vinden, dat wat theoretici
hadden uitgesloten, en knijpt dan hard, genadeloos.

11:27 Gepost door Frédéric Leroy in 6- Gedichten | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.