21-03-05

Hoe bij het ontwaken


Hoe bij het ontwaken je lichaam in daagse eenvoud
een publieke plaats is, een zonbeschenen marktplein
dat werelden draagt, zich overweldigend uitvouwt
en koopwaar uitstalt, hoe ik dan stiekem verdwijn

in ochtendrumoer, aan meloenen ruik en een druif
meepik, volwaardig het spel van vraag en aanbod
meespeel, slinks met vervalste prijskaartjes schuif,
persoonlijk en vrij van gewetensbezwaren de strot

oversnijd van de meest enthousiaste mededingers,
hoe ik vermoedens uitstuur als een doodseskader
van schaduwen, Assassijnen met lange vingers,
een gapende oogwonde en een mond vol ijswater,

hoe de hebzucht langs je heen glijdt als een stiletto,
hoe de kruimels resten, hoe de duiven landen: zo.

14:02 Gepost door Frédéric Leroy in 6- Gedichten | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

Commentaren

gewoon... Dag Frédéric,

soms lees ik gedichten die ik liever zelf had geschreven: dit is er zo een!

Al heb ik hier en daar toch wat opmerkingen:
misschien iets minbder bijvoegelijke naamwoorden.
misschien moet je strofe drie even herzien: teveel 'doodseskader'
en 'Assassijnen'; lange vingers mag dan zeer zeker wel, gezien de sensueel-gespannen inhoud.
misschien mag dat laatste woordje 'zo' weg.

Al bij al veel keer misschien

Gepost door: papaver | 23-03-05

aan papaver bedankt voor het compliment, het doet me goed dit van jou te mogen ontvangen
wat betreft je opmerkingen: 'doodseskader' en 'zo' zijn in de rijmstructuur verroest dus schrappen lijkt me hier niet eenvoudig - en die bijvoegl. nw., ik weet het, ik gebruik ze graag, wellicht te graag, hoewel ik besef dat velen daar niet voor te vinden zijn

maar bedankt hoor,
van harte

Gepost door: Frédéric | 23-03-05

De commentaren zijn gesloten.